Umbrië, het groene hart van Italië

Umbrië is een regio gelegen in het hart van Italië. Vanwege de uitgestrekte golvende vlakten en de hoge ruige berggebieden, wordt deze regio ook wel ‘Il cuore verde Italia’ oftewel het ‘groene hart van Italië’ genoemd. De regio is de thuisbasis van kunst en architectuur, festivals en de heerlijke keuken. De pittoreske heuvelstadjes Perugia, Assisi, Orvieto, Gubio, Todi, Spoleto en Norcia zien er nog bijna net zo uit als toen ze door Perugino en Raphael vier eeuwen geleden op het doek werden geschilderd. Alle steden zijn zeker een bezoek waard.

Mocht je de steden bezocht hebben dan zijn er nog de charmante plaatsen met een intiem kleiner centra, zoals Montefalco, Bevagna, Spello, Trevi, Narni, Bettona, Città di Castello, Città della Pieve en nog veel meer. Alle steden en dorpen liggen niet ver uit elkaar, waardoor Umbrië eenvoudig te verkennen is.

De autorit naar iedere stad en dorp is een traktatie, want je rijdt door een prachtig landschap van heuvels met olijfbomen, wijngaarden en cipressen. Maar ook de mysterieuze Piano Grande en de indrukwekkende bergen in het nationale park Monti Sibilini zijn spectaculair. Wij stippelen altijd een uitgebreide autoroute uit, want we krijgen nooit genoeg van alle prachtige panorama’s.

Umbrië werd in de 8ste eeuw bewoond door de Umbriërs en later gekoloniseerd door de Etrusken en de Romeinen. In de middeleeuwen stichtten de Lombarden een hertogdom met Spoleto als hoofdstad. Later in 1860 ging de regio op tot het verenigd koninkrijk. De geschiedenis heeft zijn sporen nagelaten en is terug te vinden in de kunst, architectuur, cultuur, wijn en het eten. Zo zijn de truffels, ham en kaas in Norcia tegenwoordig wereldberoemd. De Duomo van Orvieto is een de mooiste kathedralen van Italië, is het zomerfestival in Spoleto een van de grootste culturele evenementen van Europa en bevat de Basilica di San Francesco van Assisi fresco’s van Giotto die een keerpunt in de geschiedenis van de westerse kunst waren.

Umbrië wordt naast het ‘groene hart van Italië’, ook wel ‘la terra dei Santi’ genoemd. De regio heeft natuurlijk de naam de danken aan de honderden heiligen die hier geboren zijn, met inbegrip van St Valentine, St Franciscus en St Benedictus.

Wanneer te gaan?

Uiteraard zijn alle seizoenen van het jaar even mooi, maar is de maand mei wel op zijn best wat natuur betreft. Overal staan de bloemen in bloei en is het landschap lentegroen. Mocht je de wilde bloemen van de Monti Sibilini willen bewonderen en in het bijzonder die van de Piano Grande, dan is het beter om in juni te gaan.

In de maanden juli en augustus zijn de steden vaak druk en warm. Eveneens worden de heilige dagen, met name in Assisi, ook druk bezocht. September en oktober zijn goede maanden om zowel de steden als het platteland te bezoeken. Het is dan niet meer zo heet als tijdens de zomermaanden en het groene hart van Umbrië gaat langzaam over in prachtige herfstkleuren. Januari en februari zijn koud, maar vaak droog en het is lang niet zo toeristisch. Voor ons zijn deze maanden ideaal voor stedentrips. De musea, kerken en galeries heb je bijna voor jezelf en in de restaurants eet je met de lokale bevolking.

Waar naar toe?

Alle heuvelplaatsen zijn mooi, maar Todi en Spoleto zijn twee favorieten, op de voet gevolgd door Montefalco en Bevagna. Assisi is mooi, maar druk, hoewel de Basilica di San Francesco niet te missen is. Orvieto kan druk worden, maar ook hier geldt dat de Duomo een bezoek waard is. Voor de mooiste landschappen ga je naar het oosten en in het bijzonder het gebied Valnerina dat tussen Spoleto en Norcia ligt, de Piano Grande en het Sibilini gebergte in de buurt van de grens met Le Marche.

Ooit stond Umbrië in de schaduw van haar beroemde buurvrouw Toscane, maar na een bezoek aan deze regio zal je jezelf afvragen hoe dat toch mogelijk is geweest.

Meer Umbria: