Le Marche Roadtrip

In de voetsporen van de Piceni (deel I)

De Piceni leefden tussen de 9e en 3e eeuw v.Chr. in Midden-Italië, tussen de Apennijnen en de Adriatische Zee. Ze vestigden zich in het gebied dat we nu kennen als de regio Le Marche en het noordelijk deel van de Abruzzo. Volgens Plinius de Oudere, een Romeinse schrijver, filosoof en militair, emigreerden de Picenen van Sabina naar dit gebied na de vlucht van een specht die hen de weg zou wijzen. Het is dan ook de specht, picus in het Latijn, waar deze oude beschaving zijn naam aan heeft te danken.

Korte geschiedenis

De Piceno-beschaving handelde al in de 7e eeuw v.Chr. met de Grieken en hun cultuur werd mede beïnvloed door de oude Etrusken. De belangrijkste archeologische vondsten van de Piceni zijn gevonden in de necropolis. Van hun oude bewoonde centra is weinig overgebleven, simpelweg omdat door de eeuwen heen deze plaatsen zijn herbouwd door andere volkeren die hun plaats hebben ingenomen.

Het is enigszins moeilijk vast te leggen waar de eerste Picenen zich vestigden. Volgens historici was de eerst bewoonde centra geconcentreerd rond het gebied bij Ancona en Numana. Het zijn ook de enige nederzettingen direct aan zee, want de meeste andere liggen minstens 7 km verwijderd van de kust om zich te beschermen tegen vijandige indringers.

De Piceno-beschaving beleefde haar hoogtepunt tussen de 7e en 6e eeuw v.Chr. Men leefde vooral van landbouw en veeteelt, maar ze waren ook uitstekende meesters in het verwerken van keramiek en barsteen, een fossiele hars die afkomstig is van naaldbomen.

De ondergang van de Piceno-beschaving is onder andere te wijten aan de Galliërs en de Syracusanen die zich hier in de 4e eeuw v.Chr. vestigden. Vervolgens waren het de Romeinen die in de 3e eeuw v.Chr. het Piceno-gebied volledig innamen.

Ondanks dat er weinig van hun erfgoed zichtbaar is, stappen we in de voetsporen van de Picenen en reizen we van Ascoli-Piceno naar Osimo. We volgen onze route door een tijdloos heuvelachtig landschap en bezoeken enkele prachtige dorpen en steden.

Ascoli-Piceno

De stad Ascoli-Piceno is gesticht door de Piceni en volgens de legende door een specht naar deze plek geleid. De specht staat nog steeds symbool voor de regio Le Marche en is terug te zien in de regionale vlag. Het geeft duidelijk aan dat de inwoners van de regio zich nog steeds identificeren met de Piceno-cultuur.

Omringd door rivieren, bergen en een versterkte muur biedt het de stad bescherming tegen aanvallende indringers. Ascoli wordt ook wel de ‘stad met 100 torens’ genoemd. Ooit waren het er maar liefst 200 voordat in de 13e eeuw de helft door Frederick II werd afgebroken.

Het stadje wordt gekenmerkt door een overvloed aan travertijn. Wij raken nooit uitgekeken in deze stad vanwege de prachtige architectuur, cultuur en het goede leven. Interessante bouwkundige overblijfselen uit de oudheid en de middeleeuwen sieren de stad. Piazza del Popolo ligt in het hart van het historisch centrum en vormt de ‘huiskamer’ van het stadje. Menig Italiaan beschouwt het als een van de mooiste pleinen van Italië. Het imposante Palazzo dei Capitani del Popolo heeft de ereplaats en in renaissancestijl wordt het verder omlijst door een loggia met 59 bogen en gebouwen met arcades en kantelen. Bijzonder fraai is het elegante Caffè Meletti en trekt altijd onze aandacht voor een cafè e dolce.

Het archeologisch museum is gevestigd in het 16e -eeuwse Palazzo Panichi en herbergt de grootste verzameling getuigenissen van de Pineco-beschaving. De collectie bestaat uit voorwerpen van diverse opgravingen en dateert uit de bronstijd tot de 4e eeuw v.Chr.

Na een puntzak gevuld met de befaamde oliva all’ascolana laten we deze schitterende stad achter ons. We vervolgen onze route door de Piceno heuvels die charmante middeleeuwse dorpen herbergen. Ze ademen een sfeer van lang vervlogen tijden, net als onze volgende bestemming.

Offida

We worden begroet door Chiesa di Santa Maria della Rocca, gebouwd in 1330 op een panoramische positie en domineert de hele vallei. Over de oorsprong van het dorp Offida wordt gediscussieerd. In de omgeving zijn verschillende graven van de Piceni gevonden. In het archeologisch museum worden bijzondere vondsten tentoongesteld zoals bronzen beelden, wapens, siervoorwerpen, keramiek en aardewerk. Bijzonder is de goed bewaard gebleven tombe met de volledige uitrusting die tijdens een opgraving in het gebied is gedaan.

Het middeleeuws centrum wordt omsloten door kasteelmuren uit de 12e eeuw en oude straatjes slingeren zich rond Piazza del Popolo, dat vanwege zijn driehoekige vorm opvalt. Het is niet verwonderlijk dat het dorp op de lijst van ‘I Borghi più belli d’Italia’ staat, oftewel ‘de mooiste dorpen van Italië’. We wandelen langs winkels met traditioneel handwerk. Het is de kunst van kantklossen waar Offida bekend om staat.

We rijden verder door de vruchtbare valleien waar de Pecini al op grote schaal wijn produceerden. Het is dan ook een uitgelezen plek om hier in een lokale enoteca wat wijnen te proeven. Drie Offida-wijnen spelen de hoofdrol: Rosso, Pecorino en Passerina. Ze worden geproduceerd in een gebied dat zich uitstrekt over de provincies Ascoli Piceno en Fermo.

Ripatransone

Het middeleeuwse stadje Ripatransone was voor ons een complete verrassing. Dankzij de positie, gelegen op een heuvel van ruim 490 meter hoogte, wordt het dorp ook wel het ‘Belvedere del Piceno’ genoemd. De heuvel werd al bewoond door de Picenen en later veroverd door de Romeinen. Zijn huidige naam kreeg het in de middeleeuwen en werd vanwege zijn stevige vestingwerken, imposante muren en de ijver van zijn inwoners een onneembaar dorp. Langs de Corso Vittorio Emanuele II staan prachtige oude palazzo ’s uit verschillende periodes. In een doolhof van smalle straatjes bevindt zich het smalste steegje van Italië dat slechts 43 cm breed is.

Van het rondreizen krijgen wij altijd trek en proeven maar al te graag een lokaal gerecht zoals de ‘ciavarro’, een soep van granen en peulvruchten. Het is een gerecht van boerenoorsprong dat net als zoveel traditionele gerechten tot cucina povera behoort, een armeluiskeuken. In het dialect wordt het gerecht ook wel ‘lu chavarre’ genoemd, inderdaad ‘de overblijfselen’.

Vanwege de bevoorrechte geografische ligging is het genieten wanneer we via de panoramische rondweg van Ripatransone al slingerend heuvelafwaarts rijden. Tussen eiken en lindebomen ontvouwen zich spectaculaire uitzichten over het omringende landschap. Met helder weer zijn de contouren van de Gran Sasso, de Majella, het Sibillini-gebergte en de Conero zichtbaar. We rijden verder richting de kust. De turkooizen kleur van de Adriatische zee wordt steeds intenser naarmate onze volgende bestemming dichterbij komt.

Cupra Marittima

Tot 1862 heette Cupra Marittima Marano en wordt door de lokale inwoners nog steeds Marà genoemd. Het plaatsje is onderdeel van de zogenoemde Riviera delle Palme, een belangrijke toeristische kuststrook waar ook Grottammare en San Benedetto del Tronto onder vallen. Bijzonder mooi zijn de uitgestrekte stranden die zomers veel bezoekers trekken. Al jaren op rij wappert hier de ‘Blauwe vlag’ voor het schone zeewater. Een duik in het heldere water is dan ook zeker aan te bevelen.

Cupra Marittima was een Romeinse kolonie en de naam is afgeleid van de Godin Cupra, een Piceense god die later door de Romeinen zelf ook werd aanbeden. In de omgeving zijn enkele necropolis gevonden van de Piceno-beschaving. Een rijke collectie van handwerk tot vondsten gebruikt bij begrafenisrituelen is hier teruggevonden en wordt tentoongesteld in het Archeologisch museum in het Palazzo Cipolletti. De grote collectie benadrukt het belang van de nederzetting voor de Piceno-bevolking. Men veronderstelt dat de Piceni die hier woonden bijzonder rijk zijn geweest, zoals blijkt uit de prachtige grafuitrusting waaronder veel bronzen ringen en andere mysterieuze voorwerpen. De vondsten dateren uit een periode van de 7e tot de 5e eeuw v.Chr.

Om de reis voort te zetten rijden we noordwaarts, laten de Adriatica-tolweg links liggen en gaan via de kustweg naar een van de onze geliefde dorpen.

2 reacties op “In de voetsporen van de Piceni (deel I)

  1. Alex Schutzelaars

    Interessant verslag. Het volgende zinnetje vind ik misplaatst. De ondergang van de Piceno-beschaving is onder andere te danken aan de Galliërs …” Hoezo te “danken” (vooronderstelt dat dit iets positiefs is!)? Ik zou zeggen “te wijten”, of “toe te schrijven”.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.